Menu

Filosofie oefenen per onderwerp

Een voor de hand liggende manier voor leerlingen om zich voor te bereiden op het centraal examen is om oude examens te maken, van vraag 1 tot en met de laatste. Dat is nuttig als eindtraining, maar het is een inefficiënte manier om zwakke plekken weg te werken. Een leerling die moeite heeft met het exact oplossen van goniometrische vergelijkingen, komt zo’n vraag in een compleet examen misschien een keer tegen. Om daar echt beter in te worden moet hij er echter een aantal achter elkaar maken.

Op deze website kun je een heel examen achter elkaar maken, maar je kunt daarnaast ook oefenen per onderwerp of vaardigheid. De examenvragen van de afgelopen jaren zijn hiervoor stuk voor stuk gelabeld op het onderwerp, de vaardigheid die ze vragen en het type functie waar het over gaat. Daardoor kan een leerling heel gericht oefenen op precies datgene wat hij of zij nog niet beheerst.

Bij oefenen per vaardigheid kun je kiezen tussen oefenen van losse examenvragen of van een hele examenopgave.

Examenopgaven versus examenvragen

Een examen bestaat uit een aantal examenopgaven, elk met een eigen verhaal of context. De meeste examenopgaven bestaan vervolgens uit een aantal examenvragen die diezelfde context delen. Echter: er worden wel verschillende vaardigheden gevraagd bij die verschillende examenvragen binnen een examenopgave.

Hierdoor kun je gerichter per vaardigheid oefenen als je losse examenvragen oefent die allemaal deze vaardigheid vragen, in plaats van het oefenen van examenopgaven waar ook verschillende vragen inzitten die de vaardigheid niet toetsen.

Een voorbeeld: voor de vwo wiskunde B examens van 2018 t/m 2026 kwamen er 19 examenvragen voor waarin een goniometrische vergelijking opgelost moest worden. Dit is over deze 18 examens ongeveer 1 vraag per examen. Als de leerling de hele examenopgave oefent waar deze vaardigheid in voorkomt, dan maakt hij of zij ook de (bijvoorbeeld) 3 andere examenvragen binnen die opgave. Bij deze andere examenvragen wordt het oplossen van goniometrische vergelijkingen niet gevraagd en dus niet geoefend. Als de leerling echter per examenvraag oefent kan hij of zij bijna 20 keer examenvragen achter elkaar oefenen die allemaal wel deze vaardigheid vragen.

Oefenen per examenvraag

Dus voor het meest gericht oefenen per vaardigheid wil je oefenen met individuele examenvragen die uit verschillende examenopgaven komen, maar wel dezelfde vaardigheid vereisen. Het ontbreken van de context van de examenopgave kan hierbij opgelost worden door bij elke examenvraag kort de context te schetsen voorafgaand aan de examenvraag, zodat deze op zichzelf staand gemaakt kan worden door een leerling.

Op deze website is aan alle examenvragen deze korte context toegevoegd, zodat optimaal gericht geoefend kan worden. Dit is gedaan voor ongeveer 2.100 examenvragen. Door deze context kunnen de examenvragen gemaakt worden als op zichzelf staande vraag, zonder de hele examenopgave te moeten maken. De context wordt visueel gemarkeerd en kan overgeslagen worden als de leerling de context al kent.

Oefenen per examenopgave

Bij oefenen per examenvraag kun je dus gerichter oefenen op een bepaald onderwerp of vaardigheid. Maar soms wil je toch liever hele examenopgaven oefenen, bijvoorbeeld om te kunnen oefenen met meerdere vragen die dezelfde context delen. Oefenen van hele examenopgaven wordt ook ondersteund op deze website, namelijk op twee manieren:

Bij oefenen per onderwerp kan de leerling aangeven of hij of zij losse examenvragen wil oefenen, of hele examenopgaven. Wanneer de leerling kiest voor hele examenopgaven, dan krijgt hij of zij examenopgaven te zien waarbij per opgave de relevantie is aangegeven. Dit geeft aan hoeveel procent van de vragen binnen die opgave het geselecteerde onderwerp of vaardigheid vereisen. Je kunt de examenopgaven sorteren op relevantie of op chronologische volgorde.

Bij oefenen per examen kan binnen een geselecteerd examen een examenopgave gekozen worden om te oefenen. De leerling kan er ook voor kiezen het hele examen te oefenen.